Houding

Als musicus gebruik je je hele lichaam. De fysieke inspanning is te vergelijken met die van sporters. Een slechte lichaamshouding en oneconomisch gebruik van de spieren kan tot overbelasting en klachten leiden. Deze klachten worden voorkomen door lichamelijke training. Het is belangrijk om te weten welke spieren je tijdens het musiceren moet gebruiken en vooral welke je niet moet gebruiken.

Veel pijnen die voorkomen zijn, in de schouders, in de armen, in de handen en vingers. Dit is een onmiddellijk gevolg van een slechte houding van de wervelkolom, het hoofd en de nek. Enige anatomische kennis en oefeningen zijn essentieel voor een goede fysieke aanpak van het musiceren.

Houding tijdens het spelen

Als je staat draag je de saxofoon meestal met behulp van een band om de nek die verbonden is met het instrument. Dit kan veel klachten geven in de nek, schouders, ellebogen, polsen en vingers. Er zijn vele tuigjes en andere systemen op de markt die prettiger kunnen zitten (draagbanden). Als je toch een band wilt dragen moet deze goed bekleed zijn met schuimrubber zodat het zacht is in de nek. Houd de tenorsaxofoon enigszins schuin opzij naar rechts. Wanneer je staat met de baritonsaxofoon is dit ook het geval. De alt- en sopraan saxofoon kunnen recht voor het lichaam bespeeld worden. Zorg ervoor dat het lichaam zo recht mogelijk blijft, dus draai niet mee naar rechts. Blijf als je zittend speelt op twee billen zitten en til de linkerbil niet op omdat het instrument (tenor- en baritonsax) naar rechts hangt. Maak ook geen zijwaartse torsie of buiging met de wervelkolom.

Het mondstuk moet goed geplaatst worden, zodat het achterhoofd in het verlengde van de wervelkolom blijft staan. Steek de kin niet naar voren en draai of buig het hoofd niet opzij. Span de vingers niet te veel om de kleppen te bedienen. De vingers hoeven ook niet hoog opgetild te worden.. Houd de hand zo alsof je een appel losjes vast houd. De vingers zijn dan licht gebogen.

Stel de hoogte van je saxofoon zo in dat de sax als het ware naar je toekomt. Het mondstuk moet precies in je mond vallen, zonder je hoofd er naartoe te bewegen of naar de achterkant te kantelen. Als je teveel gewicht op je duim voelt is je koortje te lang. Komt het mondstuk ergens op je bovenlip terecht, dat is het koortje te kort. Het lijkt allemaal niet zo moeilijk, maar je kunt jezelf een hoop pijn in de nek en duimen besparen als je voor het instellen van de juiste lengte van het koordje een keer de tijd neemt.